13-01-2010 18:00
Mary Daily had zeven academische graden en promoveerde op Thomas van Aquino.Daily was vanaf 1966 tot 1999 als theologe verbonden aan het katholieke Boston College, een bastion van de Amerikaanse jezuïten. Daar kreeg ze pas begin jaren zeventig een vaste aanstelling onder druk van de studenten die haar vernieuwende colleges volgden.
Uiteindelijk konden de jezuïten haar pas 'wegwerken' toen ze bleef weigeren mannen toe te laten tot haar colleges - wat op grond van de onderwijswet als een vorm van discriminatie door het universiteitsbestuur kon worden aangemerkt.Zij doceerde maar liefst alleen aan vrouwen; mannen waren deel van de 'fallocratie', de zo verwerpelijke dominantie van alles met een penis.
Als eerste definieerde Daly een radicaal feminisme, waarvan de belangrijkste doelstelling de afschaffing van het patriarchaat moet zijn. Alleen daardoor kon volgens Daly de onderdrukking van de vrouw verdwijnen. De onderdrukkingsmechanismen in patriarchale culturen beschreef ze in haar eerste feministische werk The Church and the Second Sex uit 1968.
In haar tweede werk Beyond God the Father: Toward a Philosophy of Women's Liberation (1973) vertaald als 'Voorbij God de Vader' rekende zij radicaal af met de volgens haar onderdrukkende vadergod. In dit boek snijdt ze alle belangrijke vragen aan die sindsdien een rol hebben gespeeld in het feministisch-theologische debat. Ze dwong theologen, zich te verhouden tot het androcentrisme in de christelijke traditie en nieuwe vormen van 'God-talk' te ontwikkelen die recht doen aan vrouwen. Daarbij hanteerde ze een creatieve, radicaal nieuwe terminologie.
Een derde belangrijk boek Gyn/ecology: A Metaetics of Radical Feminism (1978) richt ze zich op hedendaagse praktijken die het patriarchaat continueren. Hierbij laat ze de traditionele godsbeelden los en zoekt ze naar een nieuwe taal die vrouwen losmaakt uit de dictatuur van het gangbare denken over het goddelijke.
Hoewel velen haar niet meer konden volgen in haar latere werk, is met name 'Beyond God the Father' een klassieker gebleven. Veel Nederlandse feministische theologen kunnen verhalen vertellen over hun eerste kennismaking met Daly en haar impact op hun latere werk.In Nederland was Daly de inspirator met name van Catharine Halkes, de aartsmoeder van de feministische theologie.
Vanwege haar opvattingen werd Daly wegens ketterij uitgesloten uit de katholieke kerk. Daar zal ze niet erg over getreurd hebben, want wie opkomst voor gelijke rechten van vrouwen en mannen in de Kerk vergelijkt ze met zwarte mensen die vragen om toelating tot de Ku Klux Klan.
Mary Daly was uit de kast gekomen als een onverbloemde lesbienne en ijverde er voor dat vrouwelijke homoseksualiteit als een vorm van vrouwelijke levenskunst erkend zou worden. Mannelijke homo's interesserden haar niet en transseksuelen al helemaal niet omdat zij in hen een soort mannelijke profiteurs van de vrouwelijke sekse zag. Ze riep uit: Lach de pikkenparade uit!
Haar bekendste uitspraak, waar ze ook in Nederland school maakte, was: Als God mannelijk is, is de man God. ''Gods plannen'', zegt Mary Daly, ''zijn vaak een ander woord voor plannen van mannen, om toe te dekken wat ontoereikend, onnozel en slecht is.'' Ze legde het seksisme van het christendom bloot, uitte kritiek op de vrouwonvriendelijke religieuze taal en verweet de Kerk de vrouwen eeuwenlang onderdrukt te hebben. ''God is dood; het is het Universum, het Bestaan - het gaat om de Spirit, het levensbeginsel in al wat is, zelfs in de rotsen'', zal zij later zeggen.
Bronnen:
Kerknet,Trouw ,Wikepedia, coc Nederland, Oecumenische Vrouwensynode, RKNieuws.